AdsPlatform
Module 10 · Les 4 van 7 · 10 min

Incrementaliteit en marketingmix-denken

Platform-ROAS vertelt niet wat je zonder de advertentie had verkocht. Leer brand en non-brand scheiden, kannibalisatie herkennen, holdout-tests opzetten en MER of blended ROAS naast platformcijfers gebruiken.

De vraag die ertoe doet

Google Ads rapporteert wat er ná een klik of weergave gebeurde. Het beantwoordt niet de vraag: wat was er gebeurd zonder de advertentie? Dat verschil, de incrementaliteit, bepaalt of een euro adbudget echt iets oplevert. Voor een strateeg is dit de kernvraag bij budgetverdeling.

Drie situaties waarin platform-ROAS misleidt:

  1. Brand-zoekopdrachten: iemand typt je merknaam; zonder advertentie had hij waarschijnlijk op het organische resultaat geklikt.
  2. Remarketing op hoge intentie: de winkelwagenverlater die toch had afgerond.
  3. Kannibalisatie tussen kanalen: PMax pakt conversies die Search of organisch anders had gehad.

Brand versus non-brand

Scheid altijd merk- en niet-merkverkeer in aparte campagnes. Alleen dan kun je zien:

  • Wat non-brand écht kost en oplevert (de acquisitiemotor).
  • Hoe brand zich ontwikkelt (een groeiend brand-zoekvolume is een indicator van upper-funnel effect).
  • Of de totale ROAS wordt geflatteerd door goedkope brand-conversies.

Typische cijfers: brand-ROAS 1.500–3.000%, non-brand 300–600%. Een account met 40% van de omzet uit brand en een totale ROAS van 800% heeft een non-brand-ROAS van misschien 450%. Rapporteer beide.

Is brand-bieden incrementeel? Test het met een geo-holdout (module 8, les 6): pauzeer brand in enkele regio's en meet de totale (betaald + organisch) merkconversies. Uitkomsten variëren: bij sterke organische positie en weinig concurrenten op je merk vaak 10–30% incrementeel; bij concurrenten die op je merk bieden of bij marktplaatsen die je merk domineren kan het 50–80% zijn. De rest van het brand-budget is verzekering, geen groei.

Kannibalisatie herkennen

Signalen:

  • Non-brand Search daalt in conversies terwijl PMax groeit, bij gelijk totaal.
  • Organisch merkverkeer daalt na uitbreiding van brand-bieden.
  • Totaal aantal nieuwe klanten stijgt niet mee met de gerapporteerde conversies.

Analyse: zet totale omzet of leads uit alle bronnen (backend) naast Google Ads-conversies over 12 maanden. Als Google Ads-conversies met 30% groeien en de totale omzet met 5%, is een groot deel van die groei verschoven, niet toegevoegd.

Maatregelen: brand exclusions in PMax, geen overlap in producten tussen campagnes, new customer acquisition-modus, en incrementaliteitstests per kanaal.

MER en blended ROAS

MER (Marketing Efficiency Ratio) = totale omzet / totale marketinguitgaven, over alle kanalen. Ook wel blended ROAS. Het is grof maar eerlijk: het kan niet worden geflatteerd door attributie.

MaandTotale omzetTotale mediakostenMERGoogle Ads-ROAS (platform)
Jan€ 420.000€ 84.0005,06,2
Feb€ 445.000€ 98.0004,56,4
Mrt€ 452.000€ 115.0003,96,5

Platform-ROAS stijgt, MER daalt: de extra uitgaven leverden minder dan gemiddeld op en/of kannibaliseerden andere kanalen. Dit patroon is een klassiek signaal om te stoppen met opschalen op basis van platformcijfers.

Gebruik MER als bovengrens-check: als het platform beweert dat elke extra euro € 6 oplevert maar de MER daalt, klopt de platformclaim niet op de marge.

Holdout-tests opzetten

Een holdout houdt een deel van de doelgroep of markt bewust weg van de advertentie:

TypeHoeGeschikt voor
Geo-holdoutCampagne pauzeren of uitsluiten in vergelijkbare regio'sAlle kanalen, ook brand
Doelgroep-holdoutWillekeurig 10–20% van een lijst uitsluitenRemarketing, customer match
Conversion Lift (Google)Google splitst gebruikers in test/controleYouTube, Demand Gen, Display
Tijd-holdout (on/off)Campagne perioden aan en uitZwak, alleen als niets anders kan; gevoelig voor seizoen

Stappen voor een geo-holdout:

  1. Kies 6–10 regio's met vergelijkbaar historisch gedrag, verdeel in test en controle.
  2. Meet 4–8 weken pre-periode: totale omzet/leads per regio uit de backend.
  3. Pauzeer het te testen kanaal in de controleregio's gedurende 4–6 weken.
  4. Vergelijk de verandering in totale omzet in test versus controle, gecorrigeerd voor de pre-periode.
  5. Bereken incrementele omzet, incrementele ROAS en de incrementaliteitsfactor (incrementele conversies / platformconversies).

Gebruik voor statistische onderbouwing bij voorkeur een synthetic control-methode (bijvoorbeeld GeoLift of CausalImpact); bij mkb-volumes volstaat vaak een zorgvuldige diff-in-diff met voldoende regio's en weken.

Marketingmix-denken

Marketing Mix Modelling (MMM) schat met regressie op weekdata hoe elk kanaal (Google, Meta, tv, radio, e-mail, prijs, weer, seizoen) bijdraagt aan de totale omzet. Het is de enige methode die alle kanalen, ook offline, in één model zet. Google's open-source Meridian en Meta's Robyn maken MMM toegankelijk voor bedrijven met 2+ jaar weekdata en minimaal € 500.000 jaarlijkse mediaspend. Voor kleinere bedrijven zijn holdouts en MER praktischer.

Wat MMM je leert:

  • Verzadigingscurves: vanaf welk budget neemt de opbrengst per euro af?
  • Adstock: hoe lang werkt een kanaal door na de uitgave?
  • Optimale mix: hoe verdeel je € 1 miljoen over kanalen voor maximale omzet?

Combineer: MMM voor de jaarlijkse mixbeslissing, geo-experimenten voor kalibratie van het model, platformdata voor dagelijkse optimalisatie.

Praktijkvoorbeeld

Een online woonwinkel met € 1,2 miljoen jaarlijkse Google Ads-spend en een gerapporteerde ROAS van 650% ervoer een dalende MER (van 5,8 naar 4,1 in een jaar). Analyse:

  • Brand-aandeel gestegen van 25% naar 41% van de conversiewaarde door PMax zonder brand exclusions.
  • Geo-holdout op brand: 22% incrementeel.
  • Geo-holdout op PMax: incrementele ROAS 280% (platform: 720%).
  • Demand Gen holdout: incrementele ROAS 390% (platform: 190%).

Herverdeling: brand-budget met 60% verlaagd (van € 15.000 naar € 6.000 per maand, gecombineerd met brand exclusions in PMax), PMax-target verhoogd, Demand Gen-budget verdubbeld. Na twee kwartalen: MER terug op 5,4 bij 8% hogere totale omzet.

Veelgemaakte fouten

  • Platform-ROAS als enige waarheid, zeker bij budgetbeslissingen.
  • Brand en non-brand mengen in campagnes en rapportages.
  • Incrementaliteit "aannemen" (positief of negatief) zonder test.
  • On/off-tests over feestdagen waardoor seizoen het resultaat bepaalt.
  • Alle kanalen op last-click beoordelen, waardoor upper-funnel altijd verliest en brand altijd wint.
  • MMM starten zonder data (te weinig weken, geen variatie in uitgaven).

Tip: bereken elke maand naast de platform-ROAS ook de MER en het brand-aandeel. Drie cijfers op één regel vertellen samen meer dan dertig platformmetrics.

Belangrijkste inzichten
  • Incrementaliteit is het verschil tussen wat er gebeurde en wat er zonder advertentie was gebeurd; platform-ROAS meet dat niet.
  • Scheid brand en non-brand altijd; brand-bieden is vaak slechts deels incrementeel en kan de totale ROAS sterk flatteren.
  • MER (totale omzet / totale mediakosten) is een eerlijke bovengrens-check: stijgende platform-ROAS bij dalende MER wijst op kannibalisatie of afnemende meeropbrengst.
  • Geo- en doelgroep-holdouts geven per kanaal een incrementaliteitsfactor waarmee je platformcijfers corrigeert.
  • Marketing Mix Modelling (Meridian, Robyn) is zinvol bij voldoende data en spend; combineer het met experimenten voor kalibratie.
Kennischeck

Toets je kennis

5 vragen · slaag met 70% of hoger om de les af te ronden

  1. 1.Wat is MER?
  2. 2.Platform-ROAS stijgt van 6,2 naar 6,5 terwijl de MER daalt van 5,0 naar 3,9. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring?
  3. 3.Waarom moet brand-verkeer in een aparte campagne staan?
  4. 4.Welke holdout-methode is het zwakst en waarom?
  5. 5.Wanneer is Marketing Mix Modelling een realistische optie?